10 Glasdaken en daklichtstraten

10.1 Inhoudsopgave

10.1            Inhoudsopgave 
10.2            Europees kader 
10.3            Toepassingsgebied glasdaken
10.4            Veiligheid 
10.4.1                Constructieve veiligheid 
10.4.1.1                     Belastingen algemeen 
10.4.1.2                     Windbelasting 
10.4.1.3                     Sneeuwbelasting 
10.4.1.4                     Eigen gewicht 
10.4.1.5                     Bijzondere belastingen 
10.4.1.6                     NEN-EN 1090 
10.4.2                Brandveiligheid 
10.5            Gezondheid 
10.5.1                Wering van geluid 
10.5.2                Wering van vocht 
10.5.2.1                     Beproevingsmethode waterdichtheid 
10.5.2.2                     Aandachtspunten 
10.5.3                Energiezuinigheid 
10.5.3.1                          Thermische isolatie 
10.5.3.2                          Luchtdoorlatendheid 
10.6            Uitvoering 
10.6.1                Algemeen 
10.6.2                Montage in detail 
10.6.3                Glas 
10.7            Onderhoud

10.2 Europees kader

Er is geen Europese norm voor “Glasdaken”, zoals dat wel is voor vliesgevels (NEN-EN 13830) en deuren en ramen (NEN-EN 14351-1). Glasdaken met een stalen of aluminium draagconstructie vallen wel onder constructieve elementen die voornamelijk door statische lasten belast worden.

Hierdoor is de Europese norm NEN-EN 1090 wel van toepassing op  glasdaken en dient een CE-markering en Prestatieverklaring (DoP) hiervoor afgegeven te worden.

Deze normering is voornamelijk constructief bedoeld en mist voor glasdaken enkele wezenlijke onderdelen. Deze onderdelen staan in onderstaande kwaliteitseisen en adviezen glasdaken verwoord.

10.3 Toepassingsgebied glasdaken

Er zijn een drietal typen te onderscheiden: 

10.3 afbeelding_glasdak2.jpg

Het toepassingsgebied van deze eisen en adviezen glasdaken betreft achteroverhellende uitwendige scheidingsconstructies met een hoek van 0 graden tot en met 80 graden ten opzichte van het horizontale vlak, waarbij glas en/of panelen als vulling gebruikt worden. Bij lagere hellingen wordt vaak gesproken over glasdaken en bij hogere hellingen over schuine glasgevels. Bij een strook spreken we vaak over lichtstroken of dakbeglazing. Voor alle bovengenoemde situaties hanteren we de benaming glasdaken. Kunststof lichtstraten vallen hier niet onder, deze vallen onder NEN-EN 14963. Ook dakramen vallen onder een andere normering, namelijk de NEN-EN 14351-1.

Het glasdak is een uitwendige scheidingsconstructie voor verblijfsruimten en verkeersruimten van alle soorten gebouwen. De criteria zijn ook bruikbaar voor toepassingen zoals atria, overkappingen van stations, ziekenhuizen en winkelpassages, echter met dien verstande dat een aantal eisen, zoals thermische isolatie niet van toepassing hoeft te zijn. In deze kwaliteitseisen en adviezen staan de eisen vernoemd waaraan een glasdak dient te voldoen. Een tweetal aspecten zijn van wezenlijk belang bij glasdaken:

  • Veiligheid
    Zowel beglazing als onderliggende constructie mogen niet bezwijken onder de ontstane lasten.
     
  • Gezondheid
    Uiteraard is waterdichtheid zeer belangrijk bij liggende constructies en dient de onderliggende constructie hierop afgestemd te zijn. Maar ook wering van geluid en de thermische isolatie van een glasdak kunnen zeer belangrijk zijn.
     

10.4 Veiligheid

10.4.1 Constructieve veiligheid

10.4.2 Brandveiligheid

Een zestal aspecten met betrekking tot het Bouwbesluit worden onderscheiden:

  1. Beperking van de kans op het ontstaan en de ontwikkeling van brand;
  2. Beperking van de uitbreiding van brand;
  3. Beperking van het ontstaan en de uitbreiding van rook;
  4. Aanwezigheid en inrichting van vluchtmogelijkheden;
  5. Voorkoming en beperking van ongevallen bij brand;
  6. Bestrijding van brand.
     

Glasdaken die een brandwerendheid op bezwijken moeten hebben, moeten een test ondergaan volgens NEN-EN 1365-2:2014 en NEN 6069 en geclassificeerd worden conform NEN-EN 13501-2:2007 + A1:2009.

In NEN-EN 1365-2:2014 staat onder annex A omschreven hoe een glasdak getest moet worden. Belangrijke zaken zijn als volgt:

10.4.2 tabel_testen.jpg


Zoals de test wordt uitgevoerd, zo moet ook de toepassing in de praktijk zijn. Dat wil dus onder andere zeggen dat de grootst geteste ruitmaat toegepast mag worden in deze maat of kleiner. Zoals de detaillering getest is, moet deze ook toegepast worden. Bedenk dat een glasdak in een brandwerende uitvoering ook moet voldoen aan luchtdichtheid- en waterdichtheidseisen.

In de NEN-EN 13501-2:2007 + A1:2009 staat de classificatie op grond van resultaten van brandwerendheidsproeven, behalve voor ventilatiesystemen vermeld. De volgende classificatie wordt gehanteerd:

R
Bezwijken (bij belaste constructies).
Vervorming en snelheid van vervorming.

E
Vlamdichtheid betrokken op de afdichting.
Het moment wordt vastgesteld waarop er te grote openingen ontstaan en/of waarop de constructie hete gassen en/of vlammen doorlaat.

EW
Thermische isolatie betrokken op de warmtestraling.
Meer nog dan stabiliteit biedt de constructie een dusdanige bescherming dat warmtestraling aan de niet-brandzijde gedurende een bepaalde tijd (30-60-90-120 minuten) onder de waarde van 15 kW/m² blijft. Onder deze waarde blijft de stralingswarmte aan de niet-brand-zijde van de constructie dermate laag, dat objecten aan deze zijde binnen 1,5 meter van de constructie staan niet spontaan ontbranden. Hiermee blijft de brand dus binnen de geteste tijdspanne binnen het brandcompartiment.

EI
Thermische isolatie betrokken op temperatuur.
Naast stabiliteit zorgt de constructie ervoor dat de temperatuur van de niet-brandzijde gedurende de ontwerptijd niet stijgt boven de 140ºC gemiddeld over de totale oppervlakte met een maximale piek van 180ºC op een bepaald punt). Dit is de zwaarste brandwerende eis. Hierbij blijft de warmtestraling naar de niet-brand-zijde dermate beperkt dat mensen langs de ruit kunnen lopen (binnen 1,5 meter), zonder zich te verwonden.

10.5 Gezondheid

De meeste glasdaken worden opgebouwd door middel van een droogbeglazingssysteem, dit is een methode, waarbij geen gebruik gemaakt wordt van kit. Bij droogbeglazing wordt de afdichting met behulp van flexibele dichting gerealiseerd. De volgende principes van afdichting zijn te onderscheiden:

A Buitendichting
Regenkering, regenwerendheid of waterdichtheid, uitwendige scheidingsconstructie.

B Middendichting
Thermische-hygrische kwaliteit, het voorkomen van koudebruggen en condens en tevens geluidwering.

C Binnendichting
Luchtdichtheid, beperken van warmteverlies.

10.5 detail_glasdak.jpg

10.5.1 Wering van geluid

Gekeken wordt naar geldende eisen op gebouw niveau van utiliteitsgebouwen en woningen. Deze is vernieuwd en gaat uitgedrukt worden in een eengetalswaarde DnTA.

10.5.2 Wering van vocht

Waterdichtheid is natuurlijk zeer belangrijk. De waterdichting van een glasdak vereist daarom extra aandacht, immers bij regen en wind wordt het water meteen over de glasconstructie getransporteerd. Bij een glasdak spreken we over roeden en dwarsroeden (stijlen en regelsgenoemd in verticale beglazing). Uiteraard moet de buitenzijde van de glasconstructie zo goed mogelijk afgesloten worden. Dit kan door een afdeklijst aan te brengen, waarbij de dichtingslippen zorgen voor de meeste afdichting (buitendichting). Om een goede dichting te verkrijgen, maar de ruitranden niet teveel onder spanning gezet worden (wat breuk tot gevolg kan hebben) moeten de rubbers een inklemmingsdruk van 1500 N/m hebben. Er moet echter van uitgegaan worden dat wat water de constructie binnendringt. Dit lek- (maar ook condens-) water moet op een gecontroleerde wijze naar buiten gebracht worden. De watervoerende laag van de dwarsroede moet daarom hoger liggen dan die van de hoofdroede. Dwarsroede moet waterdicht verbonden worden met hoofdroede. Dit gebeurt met een EPDM rubber, waardoor ook de contactgeluiden bij temperatuurswisselingen worden opgevangen. Het waterbergend vermogen van een dwarsroede is minder dan dat van de hoofdroede, immers al het water van de dwarsroeden moet door de hoofdroede worden afgevoerd. Over het algemeen dienen dwarsroeden en hoofdroeden voor glasdaken een diepere sponning te hebben dan stijlen en regels voor gevelbouw. De dichting aan de binnenzijde van de roeden en dwarsroeden is zeer belangrijk. Deze moeten een gesloten geheel vormen om een goede waterdichting, maar ook luchtdichting te verkrijgen.

10.5.3 Energiezuinigheid

Vaak vormt het glasdak de scheiding tussen buiten en binnen. Een goede isolerende werking van een glasdak is voor het energieverbruik dan ook zeer belangrijk.

Doordat het glas liggend wordt toegepast, zijn de waarden anders dan bij verticale beglazing.

Ook laat het liggende glas veel zon toe, wat in de zomer tot oververhitting kan leiden en er veel gekoeld moet worden.

Er zijn een drietal waarden van het glas belangrijk om problemen te voorkomen. De U-waarde geeft de isolerende eigenschap aan en de g-waarde en Lt waarde geven respectievelijk de zontoetredingsfactor en de lichttransmissie aan. Een lage g-waarde betekent dat de ruiten een grote zonwering hebben, dit gaat wel ten koste van de lichttransmissie. Omdat de zon veel directer op de ruit staat ervaar je wel een grotere lichttransmissie.

10.6 Uitvoering

10.6.1 Algemeen

De uitvoering van een glasdak vereist extra aandacht. Hierbij een aantal zaken waarop gelet moet worden:

  • Vallen van hoogte, door middel van steigers of valbeveiliging kunnen ongevallen voorkomen worden.
  • Vallen van materialen, bij werkzaamheden aan glasdaken altijd het onderliggende vlak afzetten.
  • Zorgen voor een juiste toegang naar het dak.
  • Voorkom vallen van lasten, zorg dat de materialen op de juiste manier getransporteerd en gelost worden. Beglazing dient met een gekeurde glaszuiger verplaatst te worden.
  • Bij plaatsen materialen op het dak, ervoor zorgen dat het er niet kan afwaaien.
     

10.6.2 Montage in detail

Hierbij een aantal zaken waarop gelet moet worden.

  • De binnendichting is belangrijk. Zorg dat alle rubbers luchtdicht aangesloten zijn. Rubbers dienen met een zekere mate van overlengte aangebracht te worden, zodat bij hoeken er altijd druk op staat. Bij kruisingen is het belangrijk dat de rubbers hier goed aansluiten.
  • Het glas dient egaal opgelegd te zijn en aan de onderzijde op een tweetal plekken ondersteund te worden. Deze ondersteuning dient constructief in orde te zijn om de lasten van de beglazing af te dragen naar de onderconstructie. De hoogte van de glasblokjes dient zodanig te zijn dat bij isolatieglas alle ruiten gelijkmatig ondersteund worden. De buitenruit dient voor de helft van de dikte ondersteund te worden.
  • Het glas dient gelegd te worden zonder beschadigingen.
  • Afdeklijsten dienen een zekere spanning te verlenen, echter de spanning mag niet te groot zijn anders komt er teveel spanning op de glasrand te staan.
  • Zorg dat de afwatering kan plaatsvinden. Het interne waterkanaal dient schoon te zijn voordat de afdeklijsten worden aangebracht. Het dient ook in één aan te sluiten, dat wil zeggen dat bij een lange roedelengte die uit meer dan 1 profiel gemaakt moeten worden er een deugdelijke koppeling aangebracht wordt, zodat het water ongehinderd naar onderen en naar buiten af te voeren is.
  • Aansluitingen (voet, kant en nok) luchtdicht en waterdicht aansluiten.
     

10.6.3 Glas

Glasoplegging
Het glas mag niet te weinig opleggen om doorvallen te voorkomen. Daarnaast mag het glas ook niet teveel opleggen om thermische breuk te voorkomen.

Glasoplegging bedraagt minimaal 10 mm en maximaal 20 mm.

Voorkomen moet worden dat bij uitzetting en inkrimping en door het “wandelen” van de ruiten in de constructie deze eruit vallen.

Thermische breuk
Glas in een helling is gevoeliger voor thermische breuk. Thermische breuk ontstaat in het geval dat in één ruitvlak een te groot temperatuurverschil ontstaat. Bij sterk absorberende beglazing moet de ruit gehard worden om thermische breuk te voorkomen. Een systeem waarbij de binnenruit doorsteekt naar de buitenzijde is niet toelaatbaar. De binnenruit zal de temperatuur van de binnenruimte aannemen, echter het gedeelte glas wat naar buiten steekt kan kouder worden en thermische breuk tot gevolg hebben.

10.7 Onderhoud

Voor onderhoud wordt verwezen naar de paragraaf Technisch en Esthetisch Onderhoud.

Een belangrijk item bij onderhoud is de bereikbaarheid. Al in het ontwerpstadium zal hierover nagedacht moeten worden. Onderhoud zowel aan binnenzijde als aan buitenzijde.