17.4.4.3 Omgevingsfactoren frequentie bepaling

De reinigingsfrequentie moet worden bepaald door de mate van vuilbelasting, hervervuiling en de benodigde reiniging van aangrenzende materialen. Hiermee wordt bedoeld, dat hoe sneller het gebouw of de gebouwdelen wederom bevuild raken, des te eerder een volgende reiniging dient te gebeuren. Het is daarmee per object verschillend wat de reinigingsfrequentie is.
 
De omgevingsfactoren voor een agressieve omgeving kunnen zijn:

  • Ligging binnen 25 km van de kust (zout neerslag);
  • Ligging direct boven maaiveld (opspattend vuil);
  • Ligging boven water (condens);
  • Stedelijk gebied (uitstoot verbrandingsgassen);
  • Industriële omgeving (uitstoot chemicaliën, rookgassen, ertsstof);
  • Verkeersbelasting (zwavelverbindingen, stikstofverbindingen, stofdeeltjes van remvoeringen, ijzer- en koperdeeltjes van railverkeer);
  • Overdekte gebieden (niet beregende gebouwdelen);
  • Bevuiling door mensen en dieren;
  • Bouw in uitvoering;
  • Aangrenzende bouw in uitvoering;
  • Etc.


Gebruiksfactoren:

  • Bereikbaarheid voor doelmatige reiniging;
  • Gebruiksfrequentie (bijv. vingerafdrukken op (glas)deuren).


De mate waarin een oppervlaktebehandeling al dan niet in combinatie met het onderliggende materiaal kan worden aangetast door bovenstaande factoren is afhankelijk van:

  1. Het soort materiaal
  2. Het type oppervlaktebehandeling
  3. De applicatie
    • De voorbehandeling 
    • Hardheid van de oppervlaktebehandeling 
    • Glansgraad 
    • Kleur 
    • Laagdikte
  4. De ernst en de duur van de belastende factoren:
    • Afstand tot verontreinigingsbron
    • Intensiteit/concentratie


De eerste drie punten (soort materiaal, type oppervlaktebehandeling en de applicatie) worden (eventueel na ingewonnen advies van een deskundige) met de opdrachtgever overeengekomen en door de VMRG garantie afgedekt.

Het vierde punt valt buiten de verantwoordelijkheid van de VMRG gevelbouwer, maar onder de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever c.q. beheerder of gebruiker die tevens verantwoordelijk is voor het daadwerkelijk uitvoeren van de reiniging, het onderhoud, de inspectie en het herstel (zie Gebouwbeheer).