VMRG Kwaliteitseisen en adviezen

Dé basis voor het VMRG Keurmerk. Alle bedrijven met VMRG Keurmerk worden op deze hoge eisen gekeurd. Schrijf het VMRG Keurmerk voor in uw bestek, dan bent u verzekerd van een kwaliteitsgevel.

Filter

Selecteer
Hoofdstuk/Paragraaf

5.3.3 Keuringseisen coating

Het applicatiebedrijf dient in het bezit te zijn van een geldig Qualicoat of GSB Label.

Alle coatings en coatingssytemen moeten voldoen aan de eisen van Qualicoat of GSB. Bij de systeemkeuringen wordt o.a. door middel van laboratoriumproeven en buitenopstellingen, de geschiktheid beoordeeld voor buitentoepassingen. Er bestaan poeders met verschillende klassen voor buitenduurzaamheid. 

Klasse 1: 
Deze wordt standaard geleverd in de markt voor buitentoepassing. De nadruk ligt op goede mechanische eigenschappen met standaard UV-bestendigheid (kleur- en glansbehoud) - 1 jaar Florida test.

Klasse 2: 
Wordt geadviseerd voor buitentoepassingen waarbij een hoger glans en kleurbehoud gevraagd wordt - 3 jaar Florida test, de mechanische eigenschappen kunnen minder zijn.

Klasse 3:
Poeders hebben excellente eigenschappen op gebied van UV-bestendigheid en glans, de mechanische eigenschappen kunnen minder zijn.

1. Mechanische bewerkingen
De coating mag niet afspringen bij mechanische bewerkingen.

2. Uiterlijk
Beschadigingen en onvolkomenheden:

  • De coating mag op het directe zichtvlak geen beschadigingen vertonen waardoor het metaal zichtbaar wordt.
  • Bij het bezien van de gecoate zichtvlakken, loodrecht op het oppervlak, mogen tijdens de ingangskeuring voor montage, op een afstand van 3 meter, met daglicht, geen gebreken storend zichtbaar zijn zoals beschadigingen, ruw oppervlak, zakkers, insluitingen en gaten.


3. Kleur en glansgraad
De coating moet wat kleur en glansgraad betreft gelijkmatig en dekkend zijn.

  • Voor toepassing buiten geldt een beoordelingsafstand van 5 meter;
  • Voor toepassing binnen geldt een beoordelingsafstand van 3 meter.


Opgemerkt moet worden, dat poederlaksystemen meestal minder glad en strak zijn dan natlaksystemen. Bij toepassing van een metallic-coating is het gewenst in verband met tintverschillen, dat de VMRG gevelbouwer vooraf in overleg treedt met de opdrachtgever. Voor de beoordeling van het gemonteerde product met betrekking tot gebreken gelden de criteria als vermeld in Controle van Montage van VMRG gevelelementen op de bouwplaats. Bij kleurverschillen dient de ?E-waarde te worden gehanteerd conform de Qualicoateisen.

4. Laagdikte

De gemiddelde laagdiktes in micrometer voor laksystemen dienen minimaal te voldoen aan de eisen genoemd in tabel Gemiddelde laagdikte in micrometer.

Gemiddelde laagdikte in micrometer

5.3.3 Aluminium_Oppervlaktebehandeling_Laagdikte.jpg


Poederlakken worden doorgaans in één laag aangebracht. In geval een laagdikte gevraagd wordt van 90 micrometer, dient een twee-laags poederlaksysteem te worden toegepast. Indien de voorbehandeling heeft plaatsgevonden middels het zogenaamde ‘voor-anodiseren’ en bij ventilatieroosters en gemoffeld beslag, hoeft de laagdikte, ook in een agressieve omgeving, slechts te voldoen aan de laagdikte eisen conform tabel5b volgens de normale belasting. Indien de opdrachtgever dit specifiek verlangt, kan ook een laagdikte conform agressieve omgeving volgens tabel 5b worden toegepast. De laagdikte mag niet zo dik zijn dat constructies niet meer functioneren.

Bij de aanvraag dient door de opdrachtgever te worden vermeld of het project wordt blootgesteld aan agressieve omgeving zoals:

5. Omgevingsfactoren

  • Ligging binnen 25 km van de kust (zout neerslag);
  • Ligging direct boven maaiveld (opspattend vuil);
  • Ligging boven water (condens);
  • Stedelijk gebied (uitstoot verbrandingsgassen);
  • Industriële omgeving (uitstoot chemicaliën, rookgassen, ertsstof);
  • Verkeersbelasting (zwavelverbindingen, stikstofverbindingen, stofdeeltjes van remvoeringen, ijzer- en koperdeeltjes van railverkeer);
  • Overdekt buiten gebied (geen beregening);
  • Bevuiling door dieren


6. Gebruiksfactoren

  • Moeilijk bereikbaar voor doelmatige reiniging;
  • Veel handeling (deuren).


7. Oriëntatiefactoren

  • Ongunstige ligging op de zon;
  • Weinig beregening.


Tijdens laagdiktemetingen mag geen enkele meting minder bedragen dan 80% van de voorgeschreven laagdikte, met inachtneming van de Partijkeuring.